Aanmelden
U bent al klant ?
:

:


Wachtwoord vergeten ?
Account aanmaken
lijsten
alles over inlijstingen
Restauratie
Videos
Onze winkels
Onze geschiedenis
Lijsten > Alles over inlijstingen > Stijllijsten door de eeuwen heen
Stijllijsten …
door de eeuwen heen

Aan de hand van een snel historisch overzicht, vindt U hieronder een aantal belangrijke kenmerken uit de perioden, die in de catalogus geïllustreerd worden.

Tijdens het bewind van François I, het tijd- perk van de kastelen aan de Loire, laten de Franse Renaissance lijsten zich nog altijd inspireren door de Italiaanse. Naar voorbeeld van Benvenuto Cellini, neemt de school van Fontainebleau grotendeels de typische archi- tecturale middenstrook over. De beschilder- de of ingelegde polychrome versieringen worden vervangen door gebeeldhouwde ornementen (parels, groeven, feuille d’eau- motieven, lof- en maaswerk).
Naast verguld hout, wordt tevens gebruikge- maakt van eiken-, noten-, kersen- en ebben- hout of het eenvoudige, zwartgemaakte perenhout.


Op zoek naar een eigen identiteit, getuigen de Lodewijk XIII lijsten, zorvuldig versierd door bekende ornementeurs (Delaporte, Du Cerceau ...) van een grote soberheid. Versierd met diamantmotieven, draperieën, linten en festoenen van fruit, bloemen of bla- deren. De profielen volgen een zacht glooiende lijn, van hol naar bol (ojief).
De omgekeerde lijst doet zijn intrede, evenals de techniek van het bruineren van bladgoud met de agaatsteen. Het woord “sierlijst” in de huidige betekenis wordt voor het eerst gebruikt.


Tijdens het bewind van Lodewijk XIV, sticht Colbert de Koninklijke Meubel Manufacture en legt Le Brun, die deze leidt, een stijl op die de schittering van het Hof weerspiegelt. De sierlijst sluit voortreffelijk aan bij de stijl van de meubelkunst en de decoratie ; de rijke versiering wordt een soort propaganda voor de Zonnekoning. Dankzij het behoud van evenwicht, symmetrie en orde is deze stijl zeer goed herkenbaar. De lijsten in donker, licht of verguld hout worden vervaardigd door zeer bekwame ambachtslieden. (Lepautre, de Cotte, Bérain, Audran ... ). De ornementen zijn meesterlijk uitgewerkt. De omgekeerde lijst verdwijnt ten gunste van de platte lijst, eerder breed dan hoog, of licht glooiend in de trant van een kwart-holletje. Typisch voor de lijsten uit deze tijd zijn de verstrengelde ranken die afgewisseld worden door hoekvoluten en middens versierd met acanthusblad. Dit alles om het lineair aspect van het lijstwerk te doorbreken.


Aan de soms uniforme en gekunstelde stijl van Lodewijk XIV voegt de Régence de elegante curven en welvingen toe. De vakman gebruikt, net als de schilder, de architect of de tuinman, zijn creatieve verbeeldingskracht om het beeld van de hoveling en zijn waarden te huldigen. De ornementen worden verrijkt met fleurons, arabesken en gebogen biezen. Het is in deze periode dat het onregelmatig schelpmotief “rocaille” opkomt en aanleiding zal geven tot de Rococo stijl.


Na de Régence, komt de stijl onder Lodewijk XV los van het classicisme en wordt de voorkeur gegeven aan curven, bogen en voluten. De asymmetrie in de versiering is kenmerkend voor de fantasie van deze schitterende en geraffineerde stijl. De lijsten worden versierd met een golf- & watermotieven, vlechtwerk, bloemslingers ofnogkrullen,schelpenofranken. De weelderige verstrengelingen getuigen van de vaardigheid en het groots talent van de ambachtslui, terwijl de buitensporigheid ervan kenmerkend is voor een stijl met een nimmer geëvenaarde uitbundigheid.





Afbeelding: Jean Honoré Fragonard - L'étude
Na een overgangsperiode, nodig om tot redelijker normen terug te keren, drukt de periode van Lodewijk XVI zijn stempel op de stijl. Felle bogen worden geleidelijk aan weer uitgevlakt. Randen worden rechtlijnig en omzomen de voor die tijd typische portretten. Versieringselementen uit de Grieks-Romeinse tijd verschijnen weer: friezen, rais de cœur (blad- & spiesmotief), parels, strikken en samengeknoopte linten, eivormen, rozetten, triglieven. Deze stijl is enigzins streng en vaak repetitief, maar put zijn charme en elegantie net uit een grote soberheid.







Afbeelding: Portret van Lodewijk XVI (Privé verzameling)

Het Directoire voegt aan de Grieks- Romeinse ornementen de Egyptische toe. Bij het aantreden van Napoleon vestigt de Empire stijl zich als een soort propaganda, waarbij het nalatenschap van de Bourbons volledig genegeerd wordt. Tekenend voor deze stijl zijn de rechte lijnen, de militaire ornementen en het behoud van elementen uit de Oudheid. Laurierblad, acanthusblad, bijen- en palmetmotieven versieren de diepe holle al dan niet gearceerde profielen.
In deze periode doet de mechanisering zijn intrede. Het gebruik van mastiek en kleimengsels voor het maken van de ornementen luidt het einde in van het houtsnijwerk.








Afbeelding: François Gerard - Portret van Madame Recamier
Later, in de XIXde eeuw tracht de Restauration de stijl van vroeger terug in te voeren. Hoewel de ornementen nog uit de Empire dateren, worden de lijnen vloeien- der, en is er weer sprake van een zekere ele- gance. Deze tendens zet zich door tijdens Louis-Philippe, een periode die synoniem staat voor de opkomst van de serieproductie. De verbetering van de specie voor het repro- duceren van ornementen leidt uiteindelijk tot massaproductie waarbij raffinement door logheid wordt vervangen.

Nog later, zullen onder Napoleon III de Renaissance en Rocaille stijlvormen onge- breideld en onbeheersd gekopiëerd worden, wederom met de bedoeling het verleden nieuw leven in te blazen. Er bestaat zelfs een voor Eugènie de Montijo gemoderniseerde Lodewijk XVI stijl “impératrice”. Bovendien is het de periode van lijsten en meubels uit papier-mâché, opgesmukt met verguld bronzen beslag. Hoe eclectisch het als periode ook moge zijn, toch effent de XIX de eeuw de weg voor de opkomende Art Nouveau stijl.


Afbeelding: Jean Baptiste Madou - Le sort interrogé
De Art Nouveau stijl, ontstaan aan het einde van de XIX de eeuw, valt moeilijk te definiëren . Als min of meer geslaagde verbintenis tussen de “haute époque” en het exotisme beschouwt de “Modern” stijl zichzelf als origineel maar wordt in feite experimenteel. Zijn voorkeur gaat duidelijk uit naar gebogen hout en versieringen in de vorm van stengels, riet, papyrus, waterlelies, roze lotusbloemen of orchideeën.
De stijl maakt furore in Parijs, Barcelona, Praag, Wenen en Brussel, maar overleeft de Eerste Wereldoorlog niet.


x
Wij maken gebruik van cookies voor onze service. Bezoek je onze website dan ga je akkoord met de cookies. Meer informatie